Brussels memorandum
Aandachtspunten in het kader van de regionale verkiezingen 2024 vanuit de Lokale dienstencentra – December 2023
Brussel telt 19 lokale dienstencentra, met als opdracht ouderen en volwassenen met een zorgbehoefte te ondersteunen om – langer – zelfstandig thuis te wonen. Dit gebeurt door de investering in een laagdrempelige en nabije ontmoetingsplaats teneinde sociale netwerken te versterken en deel te laten nemen aan het maatschappelijk leven (door o.m. inrichting van socio-culturele activiteiten, sociaal infopunt etc.). Dit heeft een positieve impact op de gezondheid en welbevinden van ouderen en kwetsbare volwassenen. Daarnaast worden een aantal diensten aangeboden, conform de noden die in de buurt worden vastgesteld.
De lokale dienstencentra nemen in het Brussels welzijnslandschap en unieke plaats in, des te meer daar de andere gemeenschappen (GGC en Cocof) dergelijke werkvorm niet (er)kennen als woonzorgvoorziening. De Brusselse eerstelijnssector is vandaag volop in beweging, met meer nadruk op territoriale netwerking en buurtgerichte samenwerking. Het is een uitgelezen kans voor de lokale dienstencentra om een actieve en complementaire rol op te nemen in het Brusselse welzijns- en zorglandschap. De Vlaamse Gemeenschapscommissie maakte afgelopen legislatuur ook een inhaalbeweging: de ondersteuning via de administratie werd uitgebreid, er kwamen incentives voor verregaande samenwerking tussen LDC’s, en er kwamen punctuele thematische ondersteuningen.
De sterkte van de LDC’s is vandaag echter ook een zwakte: het ontbreekt het aan middelen en mogelijkheden om de brede opdracht naar behoren te vervullen en nieuwe initiatieven te ontwikkelen.
Het nieuwe woonzorgdecreet vraagt inzet op de creatie van een informeel buurtzorgnetwerk in het licht van de ‘zorgzame buurt’: zo’n netwerk brengt buren samen om een handje hulp te bieden aan thuiswonende ouderen of zorgbehoevenden in hun buurt . De uitdaging in Brussel is groot: contacten tussen buren zijn schaars, zonder emotionele band is er nauwelijks sprake van burenhulp, en hoe lager het inkomen, hoe minder steun er is van buren of familie. Het LDC is als entplaats de ideale plek om kruisbestuiving tussen jong – en oud/ laag – en hoogopgeleid/ arm en rijk mogelijk te maken. Echter, de ouderen die (vaak) in
isolement leven, vragen een outreachende aanpak én gekwalificeerd personeel. Het ontbreekt de LDC’s ook aan medewerkers met voldoende competenties om de vele individuele en complexe zorgvragen van de bezoekers vast te pakken. Het is erg opvallend hoe de bezoekers van het onthaal vaker kampen met ernstige psychiatrische problemen, dakloos zijn, drugsverslaafd, etc. Een gecoördineerde aanpak, een samenspel van lokale hulpverleners, vergt veel energie en ontbreekt vandaag, waardoor Brusselaars in de kou blijven staan.
Daarenboven is het dagelijks beheer van een dienstencentrum doorspekt van een brede waaier aan taken, waarvoor ook niet steeds de passende expertise in huis is, zoals bijvoorbeeld HR-opvolging, financieel beheer of het (preventieve) onderhoud van de infrastructuur en installaties.
Een ander kwalijk gevolg van deze onderfinanciering is dat projectmiddelen regelmatig worden aangegrepen om de basiswerking te stutten, dit is echter niet duurzaam noch wenselijk.
Op een rijtje, willen de Brusselse LDC’s komende jaren graag volgende oplossingen
aangereikt zien:
- Financiering voor 1 bijkomende VTE (mét ervaring/kwalificaties) die wordt
ingeschakeld in de basiswerking, sociale dienst of outreach. Dit kan door een
heroriëntering van ongebruikte programmatie voor Vlaams (semi)residentiële
woonzorgvoorzieningen naar buurt- en nabijheidsfuncties bij de lokale
dienstencentra. We hernemen hier de aanbeveling van het Kenniscentrum WWZ
zoals reeds opgenomen in het Masterplan Woonzorg Brussel 2014-2020. - Automatische indexering van de subsidies
- Bijkomende middelen om de infrastructuur van de dienstencentra aantrekkelijk,
operationeel en veilig te houden - De mogelijkheid om punctueel beroep te doen op specifieke expertise bvb HR,
zorgzame buurten, financiën, gebouwbeheer, overlap bij personeelswissels - Aandacht voor de ondersteuning van startende centrumverantwoordelijken
Ten slotte wensen de Brusselse LDC’s aan te kaarten dat bij controle door het Vlaamse Agentschap een buitensporige aandacht wordt gewijd aan het benodigde bachelor-diploma voor de centrumverantwoordelijken. De Brusselse LDC’s wensen met stelligheid te verdedigen dat met een gelijkwaardigheid door ervaring even competente verantwoordelijken voor de dag komen.
Graag wisselden we met u en mensen van uw partij van gedachten over dit memorandum van de Brusselse dienstencentra.
Alvast dank voor uw reactie.
Hoogachtend,
- ‘t Koetshuis – Annelies Vanbeckevoort
- Ado Icarus – Conny Roekens
- Aksent Evere – Maarten Depypere
- Aksent Schaarbeek – Maarten Depypere
- Chambéry – Rika Verschoore
- Cosmos – Marc D’Hondt (deel van POUTREL)
- De Harmonie – Amaury Boonkens (deel van POUTREL)
- De Kaai – Jo Bossuyt
- De Rotonde – Maria Nicolas
- Ellips – Ilse De Mol
- Forum – Renée Dekker (deel van POUTREL)
- Het Anker – Yousri Yahyaoui (deel van POUTREL)
- Het Begin – Ingrid Verhoeven
- Lotus – Marijke Oscé
- Miro – Hans Meirlaen (deel van POUTREL)
- Randstad – Sven Hauben
- Vives – Kim Dubois (deel van POUTREL)
- Waha – Annelies Vanbeckevoort
- Warlandis – Olesia Kosyk
Contactpersoon: Maarten Depypere, maarten@aksentvzw.be, 0488 32 70 04

